CO boven 20 ppm: wat je dan moet doen
Boven 20 ppm koolmonoxide in de opstellingsruimte ontstaat een wettelijke meldplicht — maar het toestel mag al vanaf 5 ppm niet in bedrijf.

Je zet de meter aan voordat je de mantel opendraait, zoals het hoort, en hij loopt op naar 24. De ketel doet het naar behoren, de bewoner heeft nergens last van en je hebt nog vier adressen te gaan. Wat er dan moet gebeuren staat niet ter discussie.
Twee getallen lopen daarbij voortdurend door elkaar: de CO in de opstellingsruimte en de CO in het verbrandingsgas. Verschillende metingen, verschillende grenzen, verschillende gevolgen. De 20 ppm waar iedereen het over heeft gaat over de omgeving.
De meting in de opstellingsruimte
Paragraaf 5.2.6 van de BRL 6000-25 schrijft voor dat je vóór de (onderhouds)werkzaamheden een CO-meting doet in de opstellingsruimte, waarbij de gemeten waarde niet hoger mag zijn dan 20 ppm. Je meet op ongeveer 1,7 meter hoogte en ongeveer 1 meter van het toestel, en de op het meetinstrument aangegeven waarde is leidend. Opstellingsruimte is ruim bedoeld: de toelichting noemt de woonkamer, de cv-kast, de douche en een collectieve ruimte.
Dat woord leidend heeft een keerzijde: je meting is zo veel waard als je instrument. Paragraaf 6.2.1 eist dat elk meetinstrument waarvan de uitkomst beslissend is voor goed- of afkeuren gekalibreerd is, met de kalibratiestatus zichtbaar op het instrument zelf. Voor de omgevingsmeting mag volgens bijlage 2 ter indicatie de rookgasmeter worden gebruikt; de voorkeur gaat uit naar een persoonlijke veiligheidsmeter die meeloopt.
Drie waarden, drie handelingen
| Gemeten in de opstellingsruimte | Wat de richtlijn voorschrijft | Status van de installatie |
|---|---|---|
| 0 tot < 5 ppm | Geen bezwaar om (opnieuw) in bedrijf te stellen | Veilig om te gebruiken |
| 5 tot 20 ppm | Oorzaak wegnemen vóór (her)inbedrijfstelling; nader onderzoek; melden aan de opdrachtgever | Niet veilig om te gebruiken |
| Meer dan 20 ppm | Alles uit de rij hierboven, plus de meldplicht (bijna-)ongevallen uit artikel 6.46 Bbl | Niet veilig om te gebruiken |
Hier zit het misverstand. Twintig ppm is niet de grens waarboven het toestel eruit gaat — die ligt op vijf, en dat staat niet alleen in de BRL. Artikel 3.46 van de Omgevingsregeling schrijft voor dat een certificatieschema dit moet eisen: de certificaathouder stelt de installatie niet eerder in bedrijf dan nadat hij de concentratie in de opstellingsruimte heeft gemeten en die lager dan 5 ppm is. De wet richt zich daar dus tot het schema; via de BRL 6000-25 komt de eis bij jou terecht. Boven de 20 komt de meldplicht daar bovenop.
De omgeving is niet het rookgas
In het verbrandingsgas gelden heel andere getallen. Datzelfde artikel 3.46 noemt drie bovengrenzen, die de BRL overneemt in paragraaf 5.2.9 — daar als terugval voor het geval het fabrikantvoorschrift zelf geen maximale CO-waarde noemt.
| Soort toestel | Maximale CO in het verbrandingsgas |
|---|---|
| Open toestel, afvoerloos (type A) | 50 ppm |
| Open toestel, afvoergebonden (type B) | 200 ppm |
| Gesloten toestel (type C) | 400 ppm |
Dit zijn maximumwaarden na een goed afgesteld toestel, geen streefwaarden. De BRL zegt daarbij dat je toetst aan het voorschrift van de fabrikant en alleen op deze tabel terugvalt als de fabrikant geen maximum noemt; praktisch geldt dus de strengste van de twee. En 380 ppm bij een gesloten toestel is geen goed nieuws omdat het onder de 400 blijft.
Het gevolg verschilt ook. Volgens 6.1 onder c moet je toestellen buiten bedrijf stellen en mag je ze niet in bedrijf stellen als bij het gebruik ontoelaatbare hoeveelheden koolmonoxide vrijkomen. De meldplicht van artikel 6.46 hangt daarentegen aan CO die vrijkomt in een ruimte waarin zich personen kunnen bevinden — en dus aan je omgevingsmeting.
Boven 20 ppm: aan wie je meldt
Als een certificaathouder bij het verrichten van zijn werkzaamheden constateert dat een gasverbrandingsinstallatie een hogere concentratie koolmonoxide produceert dan een bij ministeriële regeling vastgestelde concentratie en dat deze vrijkomt in een ruimte waarin zich personen kunnen bevinden, stelt hij onverwijld de bewoner of gebruiker en eigenaar van het gebouw, het bevoegd gezag en de certificatie-instelling hiervan op de hoogte.
Die concentratie staat in artikel 5.52 van de Omgevingsregeling, in één zin: zij bedraagt 20 ppm. Meer staat er niet. Vier partijen dus — bewoner of gebruiker, eigenaar van het gebouw, bevoegd gezag (de gemeente) en je certificatie-instelling. De wet zegt onverwijld; de BRL maakt er terstond schriftelijk van.
Wat er minimaal in moet, staat in 5.2.6: de gemeten concentratie koolmonoxide en een beschrijving van de ruimte waarin die is gemeten. Geen willekeurige eis — je certificerende instelling moet jaarlijks vóór 1 maart een overzicht van de (bijna-)ongevallen aan de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw leveren, met per melding precies die twee gegevens.
Wat je aan de klant uitlegt
Het getal, niet een omschrijving: 24 ppm, op ooghoogte, een meter van de ketel, voordat je iets had aangeraakt. Dat het toestel uit gaat en uit blijft tot de oorzaak weg is, en pas terug mag onder de 5 ppm — niet onder de 20. Dat je verplicht bent het te melden bij de gemeente en je certificerende instelling, en dat het bevoegd gezag alleen kan handelen als het weet dat er iets speelt. Dat lichamelijke klachten — hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid, zeker bij meer mensen tegelijk — geen installatievraag meer zijn: naar buiten, ventileren, een arts of 112. Wie het herstel mag doen, en dat er daarna opnieuw gemeten wordt voordat het toestel aan mag. Bij een toestel op een CLV-systeem zonder geschiktheidsverklaring: het advies om CO-melders in de opstellingsruimten te plaatsen, dat de BRL voorschrijft.
De handreiking die gemeenten hiervoor gebruiken koppelt de gemelde waarde aan een reactie: boven de 20 en tot 400 ppm bepaalt bouw- en woningtoezicht of handhaving nodig is; daarboven worden brandweer en bouw- en woningtoezicht ingeschakeld en wordt het pand ontruimd. Het getal dat jij doorgeeft bepaalt dus wie er komt.
De hercontrole en de tweede melding
Na herstel meet je opnieuw, op dezelfde plek en dezelfde manier. Pas onder de 5 ppm mag het toestel in bedrijf, en dan nog alleen als het naar jouw oordeel ook verder veilig is.
InstallQ schrijft in zijn toelichting dat je twee keer meldt: bij het uit bedrijf nemen (onveilig) en na herstel bij de herinbedrijfstelling (veilig). Die tweede melding staat niet met zoveel woorden in artikel 6.46; ze komt uit die toelichting en uit de modelformulieren voor uit bedrijf nemen en weer in bedrijf stellen bij het model-kwaliteitshandboek BRL 6000-25. Doe haar toch: zonder afmelding blijft er bij de gemeente een openstaande onveilige situatie op dat adres staan, met jouw naam eronder.
Wat je vastlegt
De meting: waarde in ppm, plaats en hoogte, tijdstip, en met welk instrument — inclusief kalibratiestatus. Het besluit om het toestel buiten bedrijf te stellen, met reden en tijdstip. De melding: aan wie, wanneer en langs welke weg, met de concentratie en de beschrijving van de ruimte erin. Wat je aan de bewoner hebt uitgelegd en meegegeven. De geconstateerde afwijking en de genomen maatregel, dus het uitgevoerde herstel. De hercontrole: de nieuwe meting, de datum van herinbedrijfstelling en wie die deed.
Dat hoort in het projectdossier: ten minste de opdracht en de registraties van de controles op de werkzaamheden en op de gerealiseerde installatie, te bewaren tot ten minste tien jaar na afronding van het project. Bij een projectgerichte inspectie is dit wat er op tafel komt.
Dit hoort je software af te dwingen
Vrijwel elk werkbonpakket heeft een veld voor de CO-waarde en bewaart netjes wat je intypt. Dat is het makkelijke deel. Registreren is geen borging; borging is dat de verkeerde uitkomst niet door kan.
Wat een 24 in dat veld zou moeten doen: het aftekenen blokkeren zolang het toestel niet buiten bedrijf staat, de melding klaarzetten met de vier ontvangers en de twee verplichte gegevens er al in, en de hercontrole op dat adres open laten staan tot er een meting onder de 5 ppm binnen is. InstallGuide zet het aftekenen op die grens op slot in plaats van de waarde alleen te bewaren. De toets is alleen niet welk pakket je gebruikt, maar of je die 24 ppm van vorige week vandaag kunt terugvinden met het instrument, de melding en de hercontrole eraan vast.
Bronnen
- CO-meting in de opstellingsruimte en de grenzen 5 en 20 ppm, de tabel met handelingen en de minimale inhoud van de melding (5.2.6), de extra beproevingen bij open toestellen (5.2.4 en 5.2.8), de maximale CO-waarden in het verbrandingsgas als de fabrikant er geen noemt (5.2.9), het advies om een CO-melder te plaatsen bij een CLV-systeem zonder geschiktheidsverklaring (5.2.15), buiten bedrijf stellen, afmelden en melden (6.1 onder a, c en d), de meetinstrumenten voor de omgevingsmeting (bijlage 2), kalibratie van meetinstrumenten (6.2.1), de inhoud van het projectdossier (7.5.2) met de bewaartermijn van tien jaar (7.5.4), en de jaarlijkse verslaglegging van de certificerende instelling aan de TloKB vóór 1 maart met een overzicht van de (bijna-)ongevallen en per melding de gemeten concentratie en een beschrijving van de ruimte (hoofdstuk 3, ontleend aan artikel 3.49 Omgevingsregeling)BRL 6000-25, bindend verklaard 10-07-2024, aangewezen 12-09-2024 — https://installq.nl/files/brl/brl6000-25-bindend-verklaard-10-juli-2024-aangewezen-12-09-2024.pdf
- De meldplicht zelf, hierboven letterlijk geciteerd: artikel 6.46 (signalering (bijna-)ongevallen)Besluit bouwwerken leefomgeving, geldende tekst 01-01-2026 — https://wetten.overheid.nl/BWBR0041297/2026-01-01/0/Hoofdstuk6/Afdeling6.5/Paragraaf6.5.5/Artikel6.46
- De 20 ppm waar artikel 6.46 naar verwijst: artikel 5.52 (concentratie (bijna-)ongevallen)Omgevingsregeling, geldende tekst 01-01-2026 — https://wetten.overheid.nl/BWBR0045528/2026-01-01/0/Hoofdstuk5/Afdeling5.3/Paragraaf5.3.2/Artikel5.52
- Meten vóór aanvang, niet in bedrijf stellen boven 5 ppm in de opstellingsruimte, en de bovengrenzen van 50, 200 en 400 ppm in de verbrandingsgassen: artikel 3.46 (certificatieschema: uitvoeren werkzaamheden). Let op de formulering: dit artikel schrijft voor wat een certificatieschema moet eisen, en langs die weg werkt het door in de BRL 6000-25Omgevingsregeling, geldende tekst 01-01-2026 — https://wetten.overheid.nl/BWBR0045528/2026-01-01/0/Hoofdstuk3/Afdeling3.5/Paragraaf3.5.2/Artikel3.46
- De twee meldmomenten (uit bedrijf en weer in bedrijf), het melden via de certificatie-overeenkomst en de eigen software van de instellingen, en de modelformulieren bij het model-kwaliteitshandboekInstallQ, Melden van onveilige CO-situaties, 10-07-2023 — https://installq.nl/melden-van-onveilige-co-situaties
- Wat de gemeente met de melding doet, en de grens van 400 ppm waarboven brandweer en bouw- en woningtoezicht worden ingeschakeld en het pand wordt ontruimdHandelingskader CO — Handreiking gemeenten meldingen koolmonoxide door installateurs, BWTinfo — https://www.bwtinfo.nl/dossiers/handelingskader-co
- De certificatieplicht voor werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties sinds 1 april 2023, en het melden aan gemeente en certificerende instelling boven 20 ppmTechniek Nederland, Meldingsplicht gevaarlijke CO-situaties, 12-04-2023 — https://www.technieknederland.nl/nieuws/2023/meldingsplicht-gevaarlijke-co-situaties
- De regels staan sinds 1 januari 2024 in het Besluit bouwwerken leefomgeving (artikelen 6.45 tot en met 6.48), met de 20 ppm in artikel 5.52 OmgevingsregelingInformatiepunt Leefomgeving, Gebruik van bouwwerken: gasverbrandingsinstallaties — https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/gebruiken-bouwwerk/rijksregels/gasverbrandingsinstallaties/
- Een formulier in het Omgevingsloket voor het signaleren van een te hoge concentratie koolmonoxide bij een gasverbrandingsinstallatie, als informatieplicht onder artikel 6.46 Bbl. Let op: het IPLO kondigde dit aan per 1 januari 2026 en meldde daarna boven aan diezelfde pagina dat de wijzigingen zijn uitgesteld naar 1 april 2026Informatiepunt Leefomgeving, release-informatie Omgevingsloket — https://iplo.nl/digitaal-stelsel/storingen-onderhoud-release-informatie/release-informatie/2025/grote-verandering-formulieren-stikstof-veiligheid/
Verder lezen
De verplichte meetset bij een cv-keuring
Rookgas op hoog- en laaglast, gasdruk, de drukproef, CO2 in de luchttoevoer en warm water: wat er op de bon hoort en wanneer je niet mag goedkeuren.
8 min lezenWat hoofdstuk 7 van BRL 6000-25 van je vraagt
De zeven procedure-eisen uit hoofdstuk 7 van BRL 6000-25, uitgelegd voor de installateur die alleen werkt: registers, dossiers, audits en bewaartermijn.
8 min lezenEen directiebeoordeling als je in je eentje werkt
De jaarlijkse directiebeoordeling hoort bij het F-gassen bedrijfscertificaat. Wat erin hoort als je alleen werkt, en waarom je de cijfers bevriest.
7 min lezen